Thermische energietechniek-vacatures in hernieuwbare energie
Vacatures in thermische energietechniek
Thermische energietechniek is het vak van warmteoverdracht en warmtesystemen: ingenieurs berekenen hoe warmte door wanden, vloeistoffen en materialen stroomt, en ontwerpen warmtewisselaars, opslagvaten, ketels en koelsystemen die daarop moeten functioneren.
In de energietransitie is dat geen bijzaak. Warmte was in 2024 goed voor bijna de helft van het wereldwijde eindgebruik van energie en voor 37 procent van de energiegerelateerde CO2-uitstoot, meldt het IEA. Slechts 14 procent van die warmte kwam uit hernieuwbare bronnen. Wie warmte kan ontwerpen, rekenen en meten, werkt dus aan het grootste en traagste deel van de transitie.
Van warmtebatterij tot fusiereactor
Een groot deel van de vraag komt van bedrijven die elektriciteit omzetten in opgeslagen warmte. Het Amerikaanse Antora Energy verhit koolstofblokken tot gloeiende temperaturen met goedkope zonne- en windstroom, Rondo Energy doet iets vergelijkbaars met baksteen, en het Noorse Kyoto Group bouwt warmteopslag in gesmolten zout voor fabrieken. Hun ingenieurs werken aan isolatie, thermische spanningen in materialen, warmtewisselaars bij hoge temperatuur en de regeling die bepaalt wanneer een installatie laadt en ontlaadt. Dat werk grenst direct aan energieopslag.
Een tweede groep zit bij fusiebedrijven als Commonwealth Fusion Systems, Helion en Thea Energy. Daar gaat het om het afvoeren van extreme warmtestromen en om cryogene koeling van supergeleidende magneten, met functies als Mechanical Engineer voor magneten en Research Scientist voor CFD-simulatie.
De derde groep is klassieker: stadsverwarming en warmte-krachtcentrales. BEW Berliner Energie und Wärme, het warmtebedrijf van Berlijn, en Vicinity Energy in de Verenigde Staten zoeken projectingenieurs, bedrijfstechnici en ploegleiders om hun netten over te zetten op elektrische ketels, warmtepompen en restwarmte.
Industriële warmte als grootste opgave
Het IEA verwacht dat het elektriciteitsgebruik voor industriële proceswarmte tussen 2025 en 2030 verdrievoudigt, en dat het aandeel hernieuwbaar in industriële warmte daardoor stijgt van 12 procent in 2024 naar 16 procent in 2030. Dat klinkt bescheiden, maar achter elk procent zitten elektrische boilers, warmtepompen voor stoom en opslagsystemen die moeten worden ontworpen, ingepast in bestaande fabrieken en in bedrijf gesteld. In Nederland, met een zware chemie- en voedingsindustrie en een krap stroomnet, draait dat werk vooral om de vraag hoe je warmte opslaat als stroom goedkoop is en levert als de fabriek erom vraagt.
Welke kennis telt
De basis is werktuigbouwkunde met een sterke kant in thermodynamica en stromingsleer. Vacatures vragen om ervaring met CFD en eindige-elementenanalyse, met ontwerpcodes voor drukvaten en met meten en testen op proefinstallaties. Wie daarnaast begrijpt hoe een stroommarkt werkt, onderscheidt zich: een warmtebatterij verdient haar geld met het moment waarop ze laadt, niet alleen met haar rendement.
Voor iemand uit de procesindustrie of de klimaattechniek ligt de overstap voor de hand. De vaardigheden zijn dezelfde, alleen de warmtebron verandert, en met het IEA dat de warmtevraag in de industrie tot 2030 met 14 procent ziet groeien, is er genoeg te ontwerpen.
Zie je niet de juiste functie? Word lid van onze Talentpool